7 nov: Minder kans op allergie en astma na thuisbevalling
Thuisgeborenen hebben een lagere kans om
allergie en astma te ontwikkelen dan kinderen die in een ziekenhuis ter
wereld komen. Een thuisbevalling halveert de kans op allergie en astma. De verklaring hiervoor is dat de darm van pasgeborenen
bij een ziekenhuisbevalling vaker wordt gekoloniseerd door de bacterie
Clostridium difficile. Dit blijkt uit onderzoek van de Universiteit
Maastricht. Het onderzoek, onderdeel van de grootschalige KOALA-studie,
is gisteren gepubliceerd in The Journal of Allergy and Clinical Immunology (JACI). Het belang van de publicatie wordt nog eens onderstreept door de vermelding van het artikel in de Editor’s highlights.
Het
onderzoek laat zien dat baby’s waarbij een maand na de geboorte de
genoemde bacterie in de darm werd aangetroffen, een verhoogd risico
hebben op eczeem en piepende ademhaling gedurende de kinderjaren. Tevens
hebben deze kinderen een grotere kans op astma. Vooral bij kinderen met
een erfelijke aanleg voor allergie of astma in de familie, zorgt een
thuisbevalling voor een lager risico op allergie en astma in
vergelijking met een ziekenhuisbevalling.
In eerder onderzoek
was al een verband aangetoond tussen keizersnede en astma-risico. Deze
studie toont nu aan dat het niet zozeer de wijze van bevallen is, maar
de plaats van de bevalling die het verschil in risico verklaart.
Bovendien konden de onderzoekers voor het eerst aantonen dat kolonisatie
met Clostridium difficile dit verschil verklaart, omdat thuisgeboren
kinderen minder vaak met deze bacterie gekoloniseerd worden, en
aanwezigheid van deze bacterie in de darmflora gepaard gaat met een
hoger risico op eczeem en astma. Het onderzoek geeft inzicht in de rol
van de darmflora in het vroege ontstaan van allergie en astma, en de
mogelijkheden om deze aandoeningen te voorkómen door tijdig de darmflora
bij te sturen.
In de grootschalige KOALA geboortecohortstudie
hebben de onderzoekers door middel van (door ouders ingevulde)
vragenlijsten data verzameld over geboortekenmerken, leefstijlfactoren
en huid-, luchtweg- en darmklachten vanaf de geboorte tot de leeftijd
van zeven jaar. Bij ruim 1000 baby’s werden een maand na de geboorte
ontlastingsmonsters afgenomen om de samenstelling van darmflora te
bepalen. Op de leeftijden van een, twee, en zes tot zeven jaar werden
bloedmonsters verzameld om de zogenaamde IgE-waarden te bepalen, die de
mate van allergie aanduiden.
KOALA
KOALA
staat voor Kind, Ouder en gezondheid: Aandacht voor Leefwijzen en
Aanleg. Het KOALA-onderzoek is een geboortecohort-onderzoek waarin
kinderen van ruim 2500 Nederlandse gezinnen worden gevolgd vanaf de
zwangerschap. Het onderzoek richt zich op twee thema’s: ‘Allergie en
Astma’ en ‘Groei en Ontwikkeling’. Het KOALA-onderzoek wordt uitgevoerd
door Universiteit Maastricht in samenwerking met TNO Kwaliteit van
Leven, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het
Louis Bolk Instituut (LBI) en het Universitair Medisch Centrum Groningen
(UMCG).
Volledige titel van de
publicatie: van Nimwegen FA, Penders J, Stobberingh EE, Postma DS,
Koppelman GH, Kerkhof M, Reijmerink NE, Dompeling E, van den Brandt PA,
Ferreira I, Mommers M, Thijs C. Mode and place of delivery, gastrointestinal microbiota, and their influence on asthma and atopy. J Allergy Clin Immunol. 2011 Aug 26. [Epub ahead of print] doi:10.1016/j.jaci.2011.07.027
